Beloon de missers #2

Als ik tijdens gastcolleges aan de studenten de vraag voorleg; een successtory als case of een daverend debacle, wordt steevast gekozen voor het debacle. De groep gaat er dan lekker voor zitten, verkneukeld zich op voorhand en is helemaal geactiveerd als het debacle mijzelf betreft. Ik heb ervaren dat door in openheid over eigen mislukkingen te vertellen anderen dat ook als bevrijdend ervaren. Het geeft een prettig soort energie, verbondenheid. Als ondernemer en adviseur/begeleider van start-up projecten zit het mislukken mij als het ware in het bloed. Ik weet niet beter. Niet dat ik er trots op ben als dingen mij niet lukken, maar mislukken is voor mij een logisch aspect van het ondernemen… en heeft in mijn optiek weinig van doen met persoonlijk falen. Gelukkig mislukken er bij mij net iets minder vaak projecten dan dat er slagen. Maar dat is ook maar een momentopname. Mislukken betekent voor mij; nog (net) niet gelukt. Met andere woorden; Ik heb mij iets voorgenomen dat nog niet gerealiseerd is.

Toen ik als initiatiefnemer betrokken was bij het organiseren van een Dance feest op de luchthaven in Eelde heb ik het hele proces mogen meemaken. Enthousiast beginnen, iedereen geïnspireerd aan de slag met het idee van een Dance Festival op een locatie waar uit veiligheid niets mag. Alles leek te lukken en toch ging het na maanden van intensief werken, uiteindelijk niet door. Mislukt? Welnee! Airplay, zoals het project genoemd werd, blijft bestaan als creatief concept voor iedere luchthaven, waar dan ook op de wereld, dat even buiten bedrijf is. Het is een kwestie van timen. Daarnaast was het proces van dit initiatief erg leerzaam. In het algemeen leer je meer van een mislukt dan gelukt project. Van het luchthaven debacle heb ik geleerd hoe belangrijk het is elkaars taal, verschillende perspectieven en drijfveren te leren begrijpen. Als de mislukkingen zo leerzaam zijn, waarom doen we er dan zo weinig mee?

Het zal ermee te maken hebben dat ons als kinderen al vroeg aangeleerd wordt binnen de lijntjes te tekenen. Foutloos werken wordt beloond. Mislukken bestraft. In Finland, dat bekend staat om haar innovatieve cultuur, bestaan bedrijven die juist mislukkingen belonen. Daar worden fondsen voor in het leven geroepen die initiatiefnemers van dergelijke projecten steunen. Mislukkingen worden daar gekoesterd! Als er geen projecten mislukken gaat men er daar vanuit dat er teveel binnen de bestaande kaders geopereerd wordt, dus te veilig. Buiten de kaders, in het onbekende, is het risicovol ondernemen. Dat voelt niet altijd even comfortabel maar het is wel de plek waar de mooiste vondsten worden gedaan. Het streven naar vernieuwing, constant bezig zijn vanuit andere, minder gangbare perspectieven kijken en redeneren, zonder daar direct resultaten en verwachtingen aan te verbinden, is het doel. Deze houding en overtuiging verschilt wezenlijk van die in Nederland. Waar bijvoorbeeld in Finland projecten mogen mislukken worden deze in Nederland krampachtig geprobeerd te voorkomen en ontkend. Hier wordt gestreefd foutloos te werken terwijl alle energie in een innovatief gedreven organisatie of land geïnvesteerd wordt in het innovatieproces zelf en het durven verleggen van grenzen.

In ons land lijkt het alsof we alles onder controle willen hebben en dat vooral dat het streven is. Bedrijven en instellingen besteden miljarden aan workshops, cursussen en trainingen om hun medewerkers meer creatief te krijgen. Ze weer aanleren wat hen in het verleden is afgeleerd. Men is zich er inmiddels van bewust dat de oplossingen voor de problemen van nu en in de nabije toekomst een meer creatieve benadering vraagt. We zijn alleen nog onvoldoende in staat gebleken daar concreet handen en voeten aan te geven. Te vaak hoor ik het management zeggen dat creativiteit erg belangrijk is voor de organisatie, zelfs noodzakelijk voor het voortbestaan, maar hoor hen denken dat het niet de dagelijkse gang van zaken mag verstoren. Creatief bezig zijn lijkt voor hen een moment waarin het vooral even leuk mag zijn, om daarna weer aan het werk te gaan. Business as usual.

Creativiteit wordt nog niet echt beschouwd als een duurzaam vermogen van organisaties waarin dagelijks geïnvesteerd moet worden. Met vallen en opstaan. Dit in tegenstelling tot het meer gewaardeerde financiële vermogen. Een deelnemer aan een van mijn creativiteitsessies kleurde haar werkkamer, een dan na afloop van de bijeenkomst, compleet groen en liet mij vol trots het resultaat zien. Het was haar antwoord op de vraag hoe je meer kleur aan je directe omgeving kunt geven. Ik vond het bewonderingswaardig. Haar directie niet.

Creativiteit mag juist de dagelijkse gang van zaken verstoren. Door de vast ingesleten patronen van denken en doen binnen organisaties ter discussie te durven en mogen stellen, wordt er weer meer nagedacht waarom we doen zoals we doen. De waaromvraag brengt ons bij de kern van de zaak om zo, vanuit die kern, weer duurzame groei te kunnen laten ontstaan. In dit kader is het bijzonder te weten hoe het ons als kinderen afgeleerd werd ‘waarom’ te vragen. In tegenstelling tot volwassenen stellen kinderen veel vaker vragen. Volwassenen denken dat een vraag dom kan overkomen of zijn bang dat een al te kritische vraag hun carrière kans verkleint en stellen daarom veel minder –kritische- vragen. Kinderen ervaren die belemmering niet. Zij zijn impulsief en minder gevormd en staan open voor alles en nog wat. Mensen zijn van oorsprong nieuwsgierige wezens maar raken die nieuwsgierigheid in de loop der jaren kwijt.

Als creativiteit in organisaties beschouwd wordt als een van de belangrijkste eigenschappen van mensen en daarmee als waardevol vermogen van die organisatie, zou ik ervoor willen pleiten dat we dat vermogen meer gaan waarderen en de ruimte geven. We moeten onszelf bevrijden van de angst om te falen en ruimte geven te mogen mislukken. Daar kunt u vandaag al mee beginnen. Jezelf bevrijden van de angst om te mislukken is de grootst mogelijke garantie voor succes.

Hent