De bank

Monopoly 

Bij het woord ‘bank’ schieten er direct beelden en associaties van vroeger door mijn hoofd. Dat ik samen met mijn broers en zusjes, meestal in de vakantie, monopoly speelde. De hiërarchie en spelregels waren toen duidelijk; de oudste was de baas en dus de bank. Er mocht vals gespeeld worden, maar alleen als… niemand het zag. Immers, wie ongezien vals speelt ontloopt meestal straf. Of het moet al straf van een hogere orde zijn. Mijn broer was niet alleen ouder en bankdirecteur, hij was ook slimmer in het vals spelen. Tijdens het spel voelde je aan je water dat er iets niet klopte, maar hem erop betrappen…… Feit was wel dat wij als jongste spelers met allemaal omgelegde kaartjes, dus met hypotheekschulden belast, wat beteuterd aan het spel deelnamen. Of beter, aan zijn spel. Hij rekte het net zolang totdat al het geld van hem was. Als je op een van zijn straten stond met daarop meerdere hotels -de originele spelregel laat slechts maximaal 1 hotel per straat toe- hielp hij ons, heel klantvriendelijk, met het uitrekenen van de hypotheek en het verzorgen van een aanvullende lening. Dat alles om het gehele bedrag aan hem, de schuldeiser, te kunnen voldoen. De geldbriefjes en schuldbekentenissen flitsten over tafel. Van de bank naar mij als schuldenaar en dan met een veegbeweging alles bij elkaar, naar zijn kant. Het was een tijd van ongelimiteerd lenen. Vandaag de dag heet de positie waarin ik toen als speler verkeerde ‘onder water staan’. De onderliggende waarde van het bezit dekt in zo’n situatie onvoldoende het uitstaande geld. Mijn broer ging het om het winnen. En liefst zoveel mogelijk. Daarvoor had hij ons als klant nodig. Hoe hij won was voor ons niet goed zichtbaar. Dat hij won was vanzelfsprekend. Toen ik later als oudste in leeftijd van de familie ook in de positie van bankdirecteur kwam, vertoonde ik hetzelfde gedrag als dat van mijn broer. Je zou kunnen zeggen dat ik de hoogtij dagen van ongelimiteerd lenen nog heb meegemaakt. Mijn jongere zusjes en broertje hebben altijd een hekel aan Monopolie overgehouden.

Ik moet aan bovenstaande herinnering denken als ik al 18 minuten wacht op de bankmensen waarmee ik vandaag heb afgesproken. De bespreking waarvoor de bank mij heeft uitgenodigd is op hun verzoek. Ik sta volgens de bank onder water. En als je onder water staat wordt je geacht bij de bank langs te komen. Andersom lijkt voor hen in die situatie ondenkbaar. Wachten is ook onderdeel van het ritueel. Kan mij de tijd nog herinneren dat ik met een portretfoto in een pagina grote advertentie van de bank schitterde; ‘Succes behaald samen met de bank’ stond ergens bovenaan in een grote kop. Of zoiets. Maar goed, toen stond ik nog boven jan-water. Vandaag zijn de rollen omgekeerd. Althans, zo wil de bank mij dat laten ervaren. Ondanks dat de bank zegt zeer geïnteresseerd te zijn in mijn toekomstplannen beging het gesprek direct over mijn onder waterpositie. In gedachte zie de bankman mijn monopoly-kaartjes op tafel voor mij omdraaien en voor zichzelf uitreken hoe de bank haar geld kan terugkrijgen. Zoveel en snel mogelijk. Ik ben daar in het geheel niet mee bezig en denk aan mijn toekomstplan. Als ondernemer heb ik geleerd te zwemmen. En dat is wat ik doe en goed kan. Mijn vorige bank is onlangs verzopen. Stond kennelijk te lang onder water.

Hent

Blauw